MAZL

MAZL staat voor ‘Meer Aandacht voor Ziekgemelde Leerlingen’.

Oprechte aandacht vanuit zorg voor iedere leerling die afwezig is door ziekte door alle professionals die hierbij betrokken zijn.

MAZL is een methodiek voor een integrale aanpak van ziekteverzuim bij scholieren in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en het MBO. Schoolmedewerkers, de jeugdgezondheidszorg en leerplichtambtenaren hebben samen aandacht en zorg voor leerlingen met ziekteverzuim, waardoor problematiek vroegtijdig in beeld komt.

Met MAZL wordt er proactief gereageerd op ziekteverzuim signalen. De scholen, JGZ-instellingen en gemeenten werken autonoom samen om snel de problematiek te herkennen en een passende oplossing te bieden. Zorgwekkend ziekteverzuim wordt door de school vroegtijdig gesignaleerd: vier ziekmeldingen in twaalf weken of een zevende schooldag aaneengesloten. Wanneer dit het geval is voert de school een eerste gesprek met de leerling en ouders. Het doel is om samen met hen te kijken naar hoe de school kan ondersteunen.

Indien nodig vraagt de school bij jeugdgezondheidszorg een MAZL-consult aan. De jeugdarts, jeugdverpleegkundige of orthopedagoog bespreekt en onderzoekt dan de gezondheidsklachten van de leerling en redenen van ziekteverzuim. Samen met de leerling en ouders wordt dan de gewenste begeleiding of zorg bepaald. Ook adviseert de JGZ over deelname aan het lesprogramma, een re-integratievoorstel en eventuele gewenste aanpassingen. Wanneer het ziekteverzuim onnodig voortduurt, vraagt de school aan de leerplichtambtenaar om mee te denken en zo nodig de leerplicht te handhaven.


Hoeveel MAZL-consulten?

casussen per 1.000 leerlingen

casussen per 1.000 leerlingen (MBO)

Stappenplan

Jeugdartsen voeren deze interventie uit in samenwerking met de school en de leerplichtambtenaar. De school signaleert, de jeugdgezondheidszorg adviseert, de leerplichtambtenaar handhaaft.

Het volgende stappenplan wordt hierbij gehanteerd:

  1. Aannemen van de ziekmelding bij de receptie.
  2. Contact opnemen met ouders na ziekmelding.
  3. De school gaat in gesprek bij zorgwekkend ziekteverzuim.
  4. De school vraagt een consult aan bij de jeugdgezondheidszorg.
  5. Het consult bij de jeugdarts, jeugdverpleegkundige of orthopedagoog.
  6. De school monitort het ziekteverzuim, en monitort samen met de JGZ de uitvoering van het ‘plan van aanpak’.

Dit doet de JGZ

De jeugdarts, jeugdverpleegkundige of orthopedagoog levert in samenspraak met de leerling en de ouders, de jeugdprofessionals, school en samenwerkingsverband input voor een plan van aanpak.

De JGZ-professional maakt een sociaal-medische analyse van de situatie van de leerling en levert een advies op maat. Het doel is een inschatting te maken van de onderliggende problematiek van het ziekteverzuim en de mogelijkheden voor re-integratie in kaart te brengen. Er kan dan in samenspraak met de leerling en de ouders een re-integratieplan opgesteld worden.

Bij complexe problematiek is eenzijdige inschatting en advies van de jeugdarts, jeugdverpleegkundige of orthopedagoog echter onvoldoende om tot een volwaardig re-integratieplan te komen.

In deze gevallen dient er afstemming plaats te vinden tussen alle betrokkenen om tot een haalbaar re-integratieplan te kunnen komen. Daarbij heeft de jeugdarts een adviserende rol en kan indien nodig een leerling ook doorverwezen worden naar passende hulp.

De jeugdarts, jeugdverpleegkundige of orthopedagoog kan vanuit zijn of haar rol geen medische verklaringen en oordelen afgeven.